ENTA
Koningsplein 1 - 3e etage
1017 BB Amsterdam
020 622 9376
info@talenpracticum.eu

Taalniveaus volgens Europees Referentiekader

Beginner (basisgebruiker)
A1 U begrijpt en gebruikt vertrouwde dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen. U kunt uzelf aan anderen voorstellen en u kunt vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens zoals waar u woont, mensen die u kent en dingen die u bezit. U kunt op een simpele manier reageren, aangenomen dat uw gesprekspartner langzaam en duidelijk praat en bereid is te helpen.

A2 U begrijpt zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen die verband hebben met zaken van direct belang (bv persoonsgegevens, familie, omgeving, werk. U kunt in eenvoudige bewoordingen aspecten van uw eigen achtergrond, onmiddellijke omgeving en zaken op het gebied van directe behoeften beschrijven.

Gevorderd (onafhankelijk gebruiker)
B1 U begrijpt de belangrijkste punten uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk en in uw vrije tijd. U kunt zich redden in de meeste situaties die optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken. U kunt eenvoudige lopende teksten produceren over vertrouwde of persoonlijke onderwerpen. U kunt een beschrijving geven van ervaringen, gebeurtenissen, verwachtingen en ambities en u kunt kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.

B2 U begrijpt de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. U kunt zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is zonder dat dit voor een van de partijen inspanning vereist. U kunt duidelijke, gedetailleerde teksten produceren over een breed scala aan onderwerpen. U kunt een standpunt over actuele kwesties uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.

Vloeiend op moedertaalniveau (vaardig gebruiker)
C1 U begrijpt een uitgebreid scala van veeleisende, lange teksten en u herkent de impliciete betekenis. U kunt uzelf vloeiend en spontaan uitdrukken zonder daarvoor aantoonbaar naar uitdrukkingen en woorden te hoeven zoeken. U kunt flexibel met de taal omgaan ten behoeve van sociale en beroepsmatige doeleinden. U produceert duidelijke, goed gestructureerde teksten over complexe onderwerpen en u maakt daarbij gebruik van organisatorische structuren en verbindingswoorden.

C2 U begrijpt alles wat u hoort of leest. U kunt informatie samenvatten die afkomstig is van verschillende gesproken en geschreven bronnen, argumenten reconstrueren en hiervan samenhangend verslag doen. U kunt uzelf vloeiend, spontaan en precies uitdrukken en hierbij fijne nuances in betekenis, zelfs in complexere situaties, onderscheiden.